Beknopte beschrijving

Uit MAT'54 Hondekop in 3D
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding

Beknopte beschrijving van de elektrische vier- en twee-rijtuigentreinstellen van de Nederlandse Spoorwegen (type 1954)
R360002.png

Pag.1

        Zoals,uit,de,bovenstaande,algemene,plantekening,blijkt,,is,het vier-rijtuigtreinstel samengesteld uit drie tweede klasse rijtuigen en één eerste klasse rijtuig. Deze vier rijtuigen rusten elk op twee twee-assige draai­ stellen; de draaistellen van de koprijtuigen,zijn,motordraaistellen,,de overige zijn loopdraaistellen. Tussen de rijtuigen ûjn vouwbalgen en over­gangsbruggen,aangebracht.,Het treinstel is in stroomlijnvorm gebouwd en bezit aan elk eind een stuurstand.,De algemene indeling is te zien uit de plattegrond.
        Het treinstel weegt in dienstvaardige toestand 213 ton en,heeft gemeten over de automatische koppelingen, een lengte van 99.26 mtr.

Het aantal zitplaatsen der 1e klasse bedraagt 48
Het aantal staanplaatsen der 1e klasse bedraagt 40
Het aantal zitplaatsen der 2e klasse bedraagt 190
Het aantal staanplaatsen der 2e klasse bedraagt 100

        Het twee-rijtuigtreinstel is samengesteld uit één tweede klasse en één eerste/tweede klasse rijtuig. Deze twee rijtuigen rusten elk op twee twee­ assige draaistellen; de kopdraaistellen zijn motordraaistellen, de middelste zijn loopdraaistellen. Tussen beide rijtuigen is een vouwbalg met over­gangsbrug aangebracht.
        Het treinstel is in stroomlijnvorm gebouwd en bezit,aan elk eind een stuurstand.
        Het gewicht van het twee-rijtuigtreinstelen dienstvaardige toestand is 110 ton; de lengte, gemeten over de automatische koppelingen, bedraagt 51.12 mtr.

Het aantal zitplaatsen der 1e klasse bedraagt 24
Het aantal staanplaatsen der 1e klasse bedraagt 20
Het aantal zitplaatsen der 2e klasse bedraagt 96
Het aantal staanplaatsen der 2e klasse bedraagt 40


        De rijtuigbakken zijn vervaardigd uit staal (St37) en geheel elek­trisch gelast. Het geraamte bestaat voor een groot gedeelte uit U-profielen en geconstrueerde liggers, en is voorzien van een over de gehele lengte doorlopende gegolfde stalen vloer.

Pag.2


        Ook de draaistellen xijn van staal en geheel elektrisch gelast.
        Een versterkte kop verzekert de machinist een goede bescherming bij eventuele ongevallen.
        De buitenschuifdeuren, portieren en verwarming kanalen in het rijtuig en een aantal delen van het interieur zijn uit lichtmetaal v01-vaardigd.
        De ramen bestaan uit twee gedeelten; het ondergedeelte is vast en uitgevoerd met een dubbele ruit, met tussen de ruiten een luchtruimte; het bovenste gedeelte heeft een enkele ruit van zonwerend glas en kan door middel van een krukje naar boven toe worden geopend.
        De in het tussenrijtuig tweede klasse van het vier-rijtuigtreinstel aanwezige keuken is uitgerust met een elektrisch fornuis (voorzien van 3 kookplaten en een warmkastjc, een koelkast, een koffiezetmachine en een warmwaterboiler; deze apparaten worden gevoed met gelijkstroom van 100 V. Tevens is dit rijtuig voorzien van een aan de keuken grenzende restauratieafdeling voor 22 personen.
        In het eerste klasse rijtuig zijn voorts nog een aantal aanzettafels aanwezig, dat naar behoefte tussen de zitplaatsen kan worden geplaatst, met behulp waarvan, indien gewenst, de reizigers op hun plaats kunnen worden bediend.
        Elke motorwielas wordt via een tandwieloverbrenging (1: 2,59), bestaande uit een rondsel en een verend tandwiel, gedreven door een in tramophanging gemonteerde tractiemotor met een continuvermogen van 210 pk bij 675 V, in zwakvelclsc11'.lke!ing.
        De maximum snelheid van het treinstel bedraagt 140 km/h; bij het aanzetten van stilstand af wordt op een recht horizontaal spoor, onder ge¬ bruikmaking van het volle vermogen, in ongeveer drie minuten een snelheid van 120 km/h bereikt.
        De treinstellen zijn voorzien van een tweeleidingrem, waarme trapsgewijze remmen en lossen mogelijk is; de rem is onuitputtelijk. Bovendien is een hogedruk reminrichting aangebracht, die het mogelijk maakt bij snel remming bij snelheden, gelegen boven een bepaalde waarde (ongeveer 45 km/h), de druk in de remcilinder te verhogen tot boven de normale hoogste waarde, waardoor· een grotere remkracht en derhalve ook een kortere remweg wordt verkregen. Daalt tijdens het remmen de snelheid beneden de genoemde waarde, clan wordt automatisch de druk in de remcilinder op de normale hoogste waarde teruggebracht,
        De werking van de hogedrukreminrichting wordt "in" respectievelijk

Pag.3

“uit" geschakeld door de werking van een door één der wielassen aangedreven centrifugaal schakelaar. De: remwerking wordt verkregen door op de wielbanden werkende gietijzeren remblokken. De lucht voor de rem (en voor enige elektro-pneumatische apparaten) wnrdt geleverd door twee elektrisch gedreven compressoren met een levering van 700 1/min. elk. In de stuurstanden bevinden zich de bedieningsstukken, en de aanwijs en contróle-instrumenten, zoals rijrichtingkruk, rijcontroler, compressorschakelaar, stuurstroomschakelaar, remkraan, manometers, voor de druk in het hoofdreservoir, in de remleiding en in,de remcilinder, snelheidsmeter ampèremeter, voor de stroom in de tractiemotoren voltmeter, voor de stuurstroomspanning voltmeter voor de rijdraadspanning, schakelaars, o.a. voor front- en sluitseinlampen en stuurstandverwarming, een zestal drukknoppen voor het bedienen o.a. van de stroomafnemers en de ontgrendeling van hel maximaalrelais, en acht contróle-lampen, nl. voor signalering van de hoogspanning, de lijnschakelaars, het differentiaalrelais, het maximaalrelais, het eventueel slippen van een motorwielas, de snelschakelaar(s) van eventueel gekoppelde treinstellen de luchtrem,(deze lamp brandt, zodra en zolang ook maar één draaistel geremd is of een handrem, is aangedraaid),en de hogedrukrem. De bovengenoemde aanwijs- en controle-instrumenten, alsmede de bedienhgsschakelaars, zijn verenigd op één instrumentenbord dat,is voorzien van een regelbare indirecte verlichting van de instrumenten. Op het instrumentenbord is ook de schakelaar aangebracht, waarmee de frontlampen kunnen worden gedimd. De stuurstandverwarming wordt verkregen door vier hoogspanningskachels (totaal 3 kW), terwijl bovendien voor de voetverwarrning een straalkachel, (laagspanning 0,5 kW) is aangebracht. De middelste stuurstandruit is voorzien van een pneumatische ruitenwisser en een elektrische ruitverwarmer, de ruiten aan weerszijden daarvan van een handruitenwisser en een elektrische ruitverwarmer. De controller heeft vijf rijstanden nl.:, een rangeerstand (per motorinstallatie alle vier motoren in serie met alle weerstanden voorgeschakeld) een serie-sterkveldstand (per motorinstallatie alle vier motoren, in sede), een serie-zwakveldstand,

Pag.4

één parallel-sterkveldstand,(per,motcrinstallatie,twee,parallelle,fakke::1. van twee in serie geschakelde motoren) en een parallel-zwakveldstand. Bij de laatste twee standen blijven de twee tractiemotoren van één draaistel steeds in serie geschakeld. De veldverzwakking van de tractiemotoren wordt verkregen door parallel aan de velden een inductieve shunt te schakelen bestaande uit één weerstand en een smoorspoel met ijzerkern. De controller is voorzien van een mechanische dodemansinrichting, die bij werking de tractie installatie uitschakelt en de rem in werking doet treden. Een pneumatisch stuurstroomrelais zorgt ervoor, dat de tractieinstallalie uitvalt resp. nict kan worden ingeschakeld bij te lage luchtdruk in de remleiding. Om de schadelijke gevolgen van het doorslaan van een motorwielas te voorkomen, is een slipbeveiliging aangebracht. Bij het slippen van een motorwielas wordt automatisch de betrokken tractieinstallatie uitgeschakeld en gaat in de stuurstaml de betrokken meldlamp branden. De tractieinstallatie is verder nog uitgerust met een maximaalbeveiliging, die in werking treedt bij te hoge stroomsterkte en een differentiaalbeveiliging, die werkt bij aardsluiting. Evenals hij de slipbeveiliging wordt de betrokken tractieinstallatie uitgeschakeld, maar de werking wordt alleen in de stuurstanden van de betrokken installatie gesignaleerd. In alle stuurstanden signaleert de meldlamp van de lijnschakelaars het optreden van de storing. Voor het koppelen zijn de treinen uitgerust met een automatische centrale koppeling, waardoor bij eenvoudig tegen elkander rijden gelijktijdig zowel de mechanische koppeling, als de koppeling van de luchtleidingen en de doorgaande elektrische stuurstroomleidingen tot stand wordt gebracht. Het ontkoppelen geschiedt met behulp van lucht onder druk waartoe de machinist in één der aangrenzende stuurstanden op een pedaal moet drukken. Bij naar beneden gedrukt pedaal kan één der treinen wegrijden. Zodra de bestuurder hel pedaal loslaat is de koppeling weer geheel gereed om te kappelen. In de beide koprijtuigen van het vier-rijtuigtreinstel bevinden zich onder de vloer de rijweerstanden en de verschillende apparatenkasten met o.a. de lijn- en rijschakelaa”,relais enz Onder elk der beide midden-

Pag.5

rijtuigen bevinden zich een 15 kW mot01·generator, een compressor en een batterij van 100 V 100 Ah.,de motorgeneratoren leveren gelijkstroom nodig voer de stuurstroom, de verlichting, verschillende hulptoestellen, apparatuur van de keuken, en voor lading van de batterij(en). Bij defect van één ,der motor generatoren kan een gedeelte van de belasting door de andere worden overgenomen. Bij het twee-rijtuigtreinstel bevinden zich de rijweertanden en de apparatenkasten onder het ene koprijtuig en de motorgenerator, de compressor en de batterij onder het andere koprijtuig. De verlichting van de rijtuigen is uitgevoerd als huisverlichting, met voeding door 220 V wisselstroom, 100,Hz. Deze stroom wordt geleverd door een 3 kVA-rentrifugaalomvormer, die de 100 V gelijkstroom van de motorgenerator of batterij omzet in 220 V wisselstroom. Een vier-rijtuigtreinstel is uitgerust met twee centrifugaalomvormers, een twee-rijtuigtreinstel met één. Wanneer bij een vicr-rijtuigtreinstel één centrifugaal- omvormer defect raakt, blijft in het gehele treinstel de halve verlichting branden., De bediening van de verlichting van een geheel treinstel geschiedt vanuit één punt in de bagageruimte. De verwarming van de rijtuigen geschiedt met verwarmde lucht. In elk rijtuig wordt de lucht via een filter van buiten aangezogen door een ventilator, welke de lucht langs, een elektrische verwarmingsweerstand van 35 kW blaast in een leidingsysteem, dat de lucht voert naar uitblaasopeningen onder de banken. De bediening van de verwarmingsinstallaties van één treinstel geschiedt centraal. De beveiliging, de signalering en de regeling door de thermostaten zijn per rijtuig aangebracht. Daarbij geeft een blauwe lamp het werken van de installatie aan. Afhankelijk van de buitentemperatuur kan de verwarmingskoffer met de hand worden geschakeld op half of vol vermogen. De verdere regeling van de temperatuur vindt automatisch plaats door,een thermostaat die bij de stand "half" van de bedieningsschakdaar regelt tussen het halve vermogen en nul,(waarbij ook de ventilator stopt) in de stand "vol" van de bedieningsschakelaar tussen het volle en het halve vermogen. Verder is nog een stand "ventilatie" aanwezig, waardoor in de zomer verse lucht in de reizigers-afdelingen kan worden geblazen.